Deel 51: Shangri-La, in hogere sferen
- Fréderic
- 15 dec 2024
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 22 dec 2024
Na een kleine week in Lijiang doorgebracht te hebben, wat mij betreft de mooiste historische stad van gans Azië, was het tijd om verder noordwaarts te trekken, naar de poort tot Tibet: Shangri-La.

Om daar te geraken, moest ik anderhalf uur sporen doorheen een impressionant decor. De trein rijdt namelijk door een fabelachtige, ongerept berglandschap waarbij je je ogen uitkijkt. Of toch de momenten dat je iets kunt zien. Want twee derde van de tijd rijdt je door tunnels die in de bergen zijn geboord. Een ferm aantal, rekening houdende met het feit dat het een trip van 100 kilometer betreft Nogmaals een bewijs hoe snel men in China alles realiseert, daar waar men in Europa eerst 10 jaar onderzoek doet en juridische bezonjes moet trotseren vooraleer er ook maar kan begonnen worden aan gelijk welk project. Ja, ik heb het op jou, Oosterweel verbinding en nieuw stadion van Club Brugge.
Nu, je gaat me niet horen zeggen dat China het aards paradijs is, want er zijn ook redelijk wat zaken die mij mateloos irriteren. Ik vermeldde al eerder de problemen met alles van Google en Meta waardoor je online vaak problemen krijgt. Maar ook de inwoners kunnen mij maar matig bekoren. Tuurlijk zijn er ook aangename Chinezen, maar net als in Noord-Vietnam is de verhouding tussen eikels en aangename mensen zeer scheefgetrokken naar de eerste categorie. En ook de overheid is een verschrikkelijke pijn in de poep. Zo is mijn drone vergunning al twee maal geweigerd. 1 maal omdat ik bij mijn adres in China het kamernummer niet vermeld had, 1 maal omdat ik geen kopie van mijn visum heb toegevoegd. Ter info, als Belg heb je helemaal geen visum nodig om China te bezoeken. Nadat ik hen daar op wees, zeiden ze me vlakaf dat ik dan maar een drone moest huren. Tot zo ver mijn poging om deze prachtige omgeving vanuit de lucht vast te leggen.

Maar goed, genoeg negativiteit. Ik ben dus aangekomen in Shangri La, een stad helemaal in het noorden van de provincie Yunnan en vlak bij de grens met Tibet. De stad ligt op een hoogte van 3.200 meter en dat voel je wel. Een heuveltje opstappen in de stad en je bent meteen buiten adem. Zelf de trap op stappen naar mijn hotelkamer, was al voldoende om buiten adem te zijn. De stad heette tot voor enkele decennia trouwens Zhongdian. Men heeft de naam in 2001 veranderd naar Shangri-La om meer toeristen te lokken. Shangri-La is namelijk de fictieve, mystieke Tibetaans-boeddhistische stad uit het boek “The last horizon”.

Over de stad zelf heb ik mijn twijfels om eerlijk te zijn. Ik had er waarschijnlijk een té romantisch beeld van en verwachtte mij letterlijk en figuurlijk op spiritueel hogere sferen te bevinden, maar eenmaal buiten de oude stad heb je totaal niet het gevoel van in een Tibetaanse regio te zitten. Het is eerder een industriestad uit het Oostblok. En de oude stad zelf, die is mooi, zeker het heuveltje met de pagodes, maar ze is behoorlijk klein en helaas ook behoorlijk fake. In 2014 brandde de originele binnenstad namelijk volledig af en werd ze daarna terug heropgebouwd in de stijl van weleer. Maar in se is er dus niets "oud" aan de oude stad van Shangri-La.

Oorspronkelijk was mijn plan om 5 dagen in Shangri-La te verblijven, maar al snel heb ik mijn reisprogramma aangepast en waardoor ik maar twee volledige dagen in de stad zal zijn. Dus geen tijd om te treuzelen. Nadat ik geïnstalleerd was in mijn hotel, bleef er nog een uurtje zonlicht over en trok ik snel de oude stad in. Meer dan een uur heb je trouwens niet nodig om de omgeving verkend te hebben. Aangezien ik lunch had overgeslagen en mijn maag stilaan begon te knorren, ging ik iets doen wat ik normaliter zelden doe: street food kopen. Waarom ik er normaliter ver van weg blijf? Wel, als je in Azië je ogen openhoudt, dan zie je vaak dat het vlees dat men aanbiedt, er een ganse dag in open lucht, vaak met vliegen, soms in de zon ligt te gisten. Niets voor mij. Maar hier hoefde ik weinig schrik te hebben. ’s Nachts duikt het kwik hier naar -10 graden en het duurt tot de middag vooraleer de temperaturen positief worden. En ook overdag klimt het kwik niet boven de 10 graden in deze tijd van het jaar. Dus geen vliegen te bespeuren en vlees dat buiten ligt te wachten op een gegadigde, ligt amper warmer dan in een frigo. Dus hongerig als ik was, kocht ik mij een yak-brochette. Voor degenen die zich geen beeld kunnen vormen van een yak, stel je een koe voor, met lang haar en horens van een halve meter. Die yakken of yaks of wat het meervoud ook moge zijn, lopen hier trouwens gewoon vrij rond als je de stad verlaat. Tijdens mijn rit van het station naar het hotel moesten we al even halt houden omdat een rondpunt tijdelijk was ingepalmd door loslopende yaks.

Eenmaal de yak binnengespeeld (heerlijk trouwens), trok ik verder door de stad om na zonsondergang, een moment waarop de temperatuur pijlsnel onder nul duikt, snel ergens binnen te vluchten waar de open haard brandde. In het koude West-Europa zullen jullie mij doodslaan, maar na drie jaar zonder winter, is het best leuk om even een wintergevoel te hebben, inclusief warme chalet met houtvuur. Het restaurant, The Flying Tigers genaamd, een eerbetoon aan de Amerikaanse piloten die tijdens WO II China te hulp vlogen nadat Japan er was binnengevallen, zorgde ervoor dat ik voor het eerst in meer dan een week China, nog eens echte Westerse kost kon verorberen: yak-steak met puree en groentjes. Zalig!
Comments