Deel 50: The good Chinese, the bad Chinese and the ugly nose.
- Fréderic
- 12 dec 2024
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 22 dec 2024
Vandaag besloot ik om de steppe net ten noorden van de stad te verkennen. Eindeloze, dorre vlaktes waar de wind vrij spel heeft en er behalve wat naaldbomen en kleine meertjes weinig is te zien. Tenzij enkele oude dorpen, zoals Yu Hu. Dit dorp, waar de Naxi minderheid leefde, is ondanks het feit dat je amper 20 kilometer van Lijiang bent, toch volledig anders. Daar waar de huizen in Ljiang allen uit hout zijn opgetrokken, zijn de huizen hier gemaakt met grote stenen. Het is meteen een ander zicht en is eigenlijk best fraai om zien.

Net buiten het dorp, ligt een klein meertje, Fairy Lake, dat vooral rond zonsondergang erg populair is. Je bent er op het hoogste punt van de steppevlakte en kan daardoor zonder problemen 30-40 km ver kijken. Daardoor lijkt Lijiang plots klein en zou je denken dat Elephant Hill maar een muis is. Rondom het meer liggen ook prachtige bergtoppen die het alleen maar mooier maken. Je kunt er ook op een paard springen en door de steppe rijden of, iets waar mijn ogen van uitstaken, een geitje huren en daarmee gaan wandelen.

Na zonsondergang werd het plots ijzig koud, alleen maar versterkt door de barre wind die over de vlakte raasde. Het dorp zelf, heeft maar één toegangsweg. En om van het meer terug naar de ingang van het dorp te gaan, rijden er kleine busjes die de 3 kilometer overbruggen. Tijdens het wachten op de bus en tijdens de rit zelf, zat een jong meisje van pakweg 7 jaar naast mij. Zij sprak enkel Chinees en ik enkel Engels, maar toch heeft ze twintig minuten lang haar levensverhaal verteld. Voor mij was het letterlijk en figuurlijk Chinees, alleen kon ik er uit opmaken dat ze het leuk vond om met de geitjes te wandelen, mocht ik enkele van haar bloemetjes meenemen en had ik een dikke neus. Of toch zo iets. Want toen ze naar mijn neus wees en iets zei, begon gans de bus te lachen en zei haar moeder meteen drie maal sorry tegen mij.

Aan de ingang van het dorp, was het mij al opgevallen hoe de weinige toeristen er meteen werden omstuwd door een vijftal taxi-chauffeurs en dat viel mij ook te beurt toen ik terug aan de ingang kwam. Aangezien ik nooit at random een taxi-chauffeur neem, maar altijd een Uber-variant neem (Didi in China), deels uit veiligheidsoverweging (de gegevens en route van de chauffeur zijn gekend), deels uit economische overwegingen (de prijs ligt op voorhand vast, dus geen gezever onderweg), deed ik dat nu ook weer, dik tegen de zin van de aanwezige chauffeurs. Meteen had ik prijs. De auto stond 50 meter verder, ik stapte er op af en op het moment dat ik aan de wagen kom, komt één van de opdringerige taxi-chauffeurs naar mij en roept “let’s go”. Waarop hij zijn gsm bovenhaalt en voor mijn neus de boeking annuleert en me in mijn gezicht begint uit te lachen. Ik stap weg en probeer het opnieuw, maar opnieuw dezelfde maffiosi die aanvaardt en meteen annuleert. Tot drie maal toe. Aangezien deze taxi-maffia elke Didi-chauffeur waarschijnlijk afdreigt, was er ook geen enkele andere chauffeur die mijn order kon aanvaarden.

Wat nu? Ik zit in de middle-of-nowhere, geen enkel dorp in de buurt en ik ben overgeleverd aan de willekeur van enkele obscure kerels. En dat terwijl het steeds donkerder wordt. Tijdens mijn rit naar deze plek, had ik echter gezien dat er een tweetal kilometer eerder, een sportvliegveld lag. Ik besloot dan ook om naar daar te stappen. Ofwel kon ik daar wel een Didi boeken doordat ik ver genoeg uit de buurt van de taxi-maffia zat, ofwel kon ik aan iemand daar vragen om mij verder te helpen. Na een kilometer gestapt te hebben, kwam er plots een wagen uit de tegengestelde richting. De man stopte, vroeg waar ik heen wou en bood aan om tegen betaling naar Lijiang te rijden. Ik stond niet te springen om zomaar bij iemand in de wagen te springen, maar het was ondertussen al echt donker, dus was dit misschien geen ideale oplossing, doch wel de beste.

Ik zat amper drie seconden in de wagen en mijn frank viel al. Natuurlijk zat deze kerel mee in het complot en was hij hoogstwaarschijnlijk opgebeld door de maffiabaas die ik een kwartier eerder had tegengekomen. Dat vermoeden werd alleen maar verder bevestigd door het feit dat de kerel die me oppikte, constant naar verschillende mensen aan het bellen was en daar ook duidelijk plezier in had. Hij vroeg me ook constant aan welk hotel hij mij moet afzetten, terwijl ik gewoon zei dat hij me aan de ingang van de oude stad moest afzetten. Tot drie maal toe vroeg hij mijn hotel. Ik reis ondertussen bijna drie jaar doorheen Azië en dit was het allereerste moment dat ik écht schrik begon te krijgen. Ondertussen bleef hij maar rond bellen en vragen waar hij mij moest afzetten en bleef ik maar zeggen dat hij richting oude stad moest rijden en ik wel ging zeggen waar ik er uit moest. Eenmaal in het centrum van de stad, in een buurt met veel volk, zei ik hem dat hij hier onmiddellijk moest stoppen. Ik moest hem drie maal meer betalen dan wat ik normaal zou moeten betalen, maar wou zo snel mogelijk uit de wagen zijn, betaalde en sprong de mensenmassa in.
Dit alles is voor mij nogmaals een bewijs dat het compleet idioot is van de Chinese overheid om sites zoals Google Maps te blokkeren. Moest Google Maps werken, dan staan er met absolute zekerheid reviews die waarschuwen voor dergelijke praktijken. Ik weet op Bali ook enkele van dergelijke plekken zijn, waar de taxi-maffia baas is, maar dat staat dan ook overvloedig op Google Maps, dus weet je dat je een alternatief moet zoeken. Maar eind goed al goed en zo heb ik meteen extra inspiratie voor mijn blog.
Comments