top of page

Deel 38: Hué: de Keizerlijke Stad op de grens tussen Noord & Zuid

  • Fréderic
  • 15 jul 2023
  • 6 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 17 aug 2023

Daar zat ik dan, in alle vroegte in een treinstation niet groter dan een tennisveld, met een gebroken rug door een betonnen matras en een slaaptekort door nachtenlang hanengekraai van hier tot in Tokio . En zelf vanaf Vietnam is Tokio best nog ver.

Oorspronkelijk was het plan om de nachttrein te nemen voor de rit naar Hué, de oude hoofdstad van Vietnam. Een rit van bijna 12 uur van Noord-Vietnam naar Centraal-Vietnam. Maar dat plan heb ik last minute, ingegeven door het gebrek aan slaap, overboord gegooid. Daardoor moest ik dus een dag trein nemen. Klinkt eenvoudig, toch? Wel... Er is helaas maar 1 trein die overdag rijdt. Ja één, zoals in 1 zon, 1 aarde, 1 gebroken rug. Dus daar heb ik gisteren tickets voor geboekt. Helaas pindakaas waren er geen zitplaatsen meer. Enkel nog slaapplaatsen. Ik zat dus te wachten op een dagtrein waarin ik een ganse dag in bed ging liggen. Na enkele slapeloze nachten misschien nog geen slecht vooruitzicht.

Eten op de trein

Niet dat ik er me veel bij had voorgesteld, maar ik weet nu wel met zekerheid dat ik nooit geslapen had, moest ik deze trein 's nachts genomen hebben. Te hard voor mijn fragiele rug, te kort voor mijn lange lijf en te smal voor mijn dikke reet. Om nog maar te zwijgen over joelende kinderen en veel te krappe coupés die je met vijf anderen moet delen. En dan had ik nog de duurste tickets aangeschaft. Bij het idee dat ik hier ooit op zoek zou moeten naar een wc, kreeg ik al spontaan een buikkramp, net wat ik niet nodig had. En de wifi die men zogezegd op de treinen heeft, die was er ook niet. Gelukkig had ik enkele podcasts gedownload om de tijd te doden en kon ik schrijven aan mijn blog.

Terwijl ik in alle rust probeerde te luisteren naar die podcasts, gebeurde van alles rond mij. Roken mag niet op de trein, maar daar trokken verschillende mensen zich niks van aan. Al maskeerde dat wel de stinkscheten die mijn onderbuur lustig liet vliegen. Eenmaal lunchtijd, werd er lustig gekookt op de trein terwijl joelende kinderen de trein op stelten zetten. Avontuurlijk was het wel.


Maar na een etmaal op de trein, was de verlossing nabij en kwam ik 's avonds aan in Hué, de oude, keizerlijke hoofdstad van Vietnam tussen 1802 en 1945. Want in die periode was Vietnam inderdaad een keizerrijk. De toen regerende Nguyen-dynastie bouwde in die periode een keizerlijke stad in Hué, waarbij ze zich lieten inspireren door de Verboden Stad in Peking. Maar daarover later meer.

Vietnam is een oud-kolonie van Frankrijk en het is dan ook niet verwonderlijk dat de keizerlijke stijl van deze stad, zijn inspiratie vindt in de Franse Louis XVI stijl. Iets wat ook nog terug te vinden is in de hotels in de stad. Zo ook mijn hotelkamer, met meubilair dat niet verkeerd zou staan in Versailles.

Na een deugddoende nachtrust, trok ik de stad in bij een temperatuur boven de 35 graden. Om de oude, keizerlijke stad te bereiken, moest ik de Hu'Ong rivier oversteken die de stad in twee delen splitst. Deze rivier, die letterlijk "The Perfume River" heet, dankt zijn naam aan de ontelbare bloemen die in de herfst in het water vallen en deze daardoor een aangename geur geven.

De Perfume River

Vooraleer ik de kans kreeg om de oude stad te bezichtigen, werd ik aan de citadel van Hué echter aangeklampt door een jongedame met de vraag of ik zin had om haar leerlingen wat Engelse les te geven. Waarom niet? En zo heb ik gedurende een half uur mijn eerste stapjes gezet in het lesgeven. Al denk ik dat de jongedame ook nog andere ideeën had, want als afscheid leerde ze mij ook nog een zinnetje Vietnamees: "Ban dep trai". ofte "jij bent knap". Well thank you for this compliment!

Me and my class

Op dan naar de stad zelf. De toegangsprijs bedraagt 200.000 Dong (8 EUR) en om de keizerlijke stad binnen te gaan, moet je door een oude poort stappen. Alvast een waarschuwing voor wie denkt dat hij een oude stad in perfecte staat zal ontdekken aan de andere kant van de poort. Deze is zeker nog in goede staat, maar helaas heeft één van de zwaarste gevechten in de Vietnam Oorlog tijdens het Tet-offensief ervoor gezorgd dat de Keizerlijke stad zwaar beschadigd werd. De voorbije jaren is er al werk gestoken in de herstelwerken en wat je te zien krijgt is absoluut de moeite waard, maar op vandaag is men nog volop bezig met die restauratie.

De poort van de Keizerlijke Stad

Ikzelf heb een drietal uur rondgewandeld op het domein dat ongeveer 2km² groot is en dat vol staat met prachtige gebouwen. Doordat het domein zo groot is, had ik in ieder geval het geluk dat ik op vele plekken alleen of quasi alleen was. Enkel naar het einde toe kwam ik wat meer mensen tegen, hoofdzakelijk Vietnamezen. Opvallend was ook dat een groot deel van de lokale bevolking zich helemaal opkleed in traditionele klederdracht uit de keizerlijke tijd van Vietnam om deze stad te bezoeken.

Bezoekers in traditionele klederdracht

Toen ik na drie uur terug de stad verliet, was de grote grasvlakte voor de poort volgelopen met jonge kinderen en hun ouders die er en masse begonnen te vliegeren. Vijftig, zestig vliegers sierden de blauwe hemel net voor zonsondergang.

Daags nadien was ik al vroeg uit de veren om de tweede belangrijke toeristentrekker uit de streek te verkennen: DMZ. DMZ staat voor De-Militarized Zone, in de volksmond, een strook van ongeveer twee kilometer tussen Noord & Zuid-Vietnam die als bufferzone diende tussen beide landen. Iets wat heden ten dage nog bestaat tussen Noord & Zuid-Korea. In Vietnam is die scheiding er niet meer, maar ze was er wel tussen 1954 en 1976 toen Vietnam in twee aparte landen werd opgesplitst. Dit was ook de grens die eerst door de Fransen en nadien door de Amerikanen met hand-en-tand werd verdedigd tegen het Noord-Vietnamese leger dat als doel had een hereniging van Noord & Zuid. En op die grens lagen enkele belangrijke Amerikaanse militaire bases die Zuid-Vietnam moesten verdedigen tegen de Vietcong. Wat velen waarschijnlijk niet weten, is dat de oorlog zich enkel in Zuid-Vietnam afspeelde. De Amerikanen hebben nooit strijdkrachten de grens overgestuurd, omdat ze hun narratief dat ze er enkel waren om de Zuid-Vietnamezen te beschermen tegen het oprukkende communisme uit het noorden, niet wilden ondermijnen. De enige troepen die de grens overtrokken, waren bommenwerpers die de hoofdstad Hanoi bombardeerden. Vandaar dat Hanoi Hilton, de liefkozende naam die de gevangenis voor Amerikaanse krijgsgevangenen kreeg, enkel werd bevolkt door neergeschoten piloten.

Tijdens de trip werden een zestal plekken aangedaan die belangrijk waren tijdens de oorlog. De twee interessantste daarbij waren de Amerikaanse luchtmachtbasis van Khe Sanh vlak tegen de grens met Cambodja in Zuid-Vietnam en het tunnelnetwerk dat door Noord-Vietnamezen werd gemaakt in Vinh Moc ter bescherming van de bombardementen.

Khe Sanh luchtmachtbasis

Op de luchtmachtbasis staan nog enkele helikopters, tanks en vliegtuigen van de Amerikanen die je kunt bezichtigen. De landingsbaan zelf is nog steeds verboden terrein aangezien men niet zeker weet of de omgeving landmijn-vrij is. In Vietnam worden nog steeds wekelijks mensen gewond of zelf gedood door oude munitie of landmijnen die zich in de grond bevinden. En aangezien er in die tijd nog plastieken mijnen werden gebruikt, iets wat nu verboden is, kunnen deze ook niet worden gedetecteerd.

Nadien ging de trip naar Vinh Moc tunnels die aan de zee liggen, net boven de oude grens tussen Noord & Zuid. Om daar te geraken, moet je eerst die oude grens oversteken die indertijd gelijk liep met de Ben Hai rivier. Ondertussen is er een nieuwe, volwaardige brug aangelegd, maar de oude, houten brug uit de Vietnam Oorlog ligt er nog steeds.

De grens tussen Noord & Zuid op de Hien Luong brug

Net over de grens ligt dus een tunnelcomplex van bijna drie kilometer die de Noord-Vietnamezen met de hand gegraven hebben om zich te kunnen beschermen tegen bombardementen van de Amerikanen. Het complex werd kort na de intrede van de Amerikanen in 1966 gegraven en bestaat in totaal uit drie verdiepingen, waarbij het laagste verdiep maar liefst 31 meter onder de grond zit. In de claustrofobisch aandoende tunnels moest de plaatselijke bevolking zich heel vaak terug trekken en soms voor meerdere dagen. Bijgevolg werden er ook basisvoorzieningen aangelegd, zoals toiletten, eetkamers, klasjes en operatieruimtes. Stel je daarbij niet teveel voor, het zijn zeer kleine ruimtes allemaal, van slechts enkele vierkante meter groot. Net als de tientallen tunnels die aan de kleine kant zijn en op Vietnamese leest geschoeid zijn, lees: amper hoger dan anderhalve meter.

Deze tunnels zijn trouwen niet te verwarren met de meer bekende tunnels die zich rondom de Zuid-Vietnamese hoofdstad Saigon bevonden, zoals de Cu Chi Tunnels. Die tunnels dienden voor de Noord-Vietnamese soldaten, die er onderdoken in de guerrilla strijd tegen de Zuid-Vietnamezen en Amerikanen. Deze tunnels dienden voornamelijk als bescherming tegen de zware bombardementen. Daarnaast was het feit dat de tunnels aan de zee liggen, ook handig om wapens vanop zee het gebied rond de grens binnen te smokkelen.

En zo eindigde mijn tweedaagse bezoek aan Hué, een op het eerste zicht heel aangename stad in het midden van Vietnam. Zeker een aanrader om in te plannen voor wie door Vietnam reist.





댓글


nieuwsbrief
  • Black Instagram Icon
  • Black Youtube Icoon
  • shutterstock (2)
bottom of page